06/11/2006
Vijf tot tien op honderd Vlaamse leerlingen lijdt aan dyslexie. Bij bijna vier op honderd gaat het om een zware leeshandicap die hen belet op school teksten, studieboeken, opdrachten en toetsen vlot te verwerken. Al zijn deze leerlingen normaal begaafd, toch komen ze daardoor vaak in een onderwijstype terecht dat niet bij hen past, waardoor ze vaak gefrustreerd en schoolmoe zijn. Nu educatieve uitgeverijen compenserende software ontwikkelen, lijkt er een oplossing in de maak. Toch voor leerlingen met gemotiveerde ouders en een geëngageerde school.
«Ik ben minstens vier uur per week schoolboeken aan het scannen.Tegen april hoop ik klaar te zijn met het eerste jaar. Net op tijd om de leerstof van het tweede jaar aan te vatten», vertelt de papa van Tom. Zijn zoon gaat elke dag met een laptop naar school en gebruikt al sinds het eerste leerjaar compenserende software. Die programma's helpen Tom studeren: ze lezen hardop voor en via gespecialiseerde functies maken ze lezen, begrijpen, bestuderen en schrijven makkelijker. Klein knelpunt: deze softwareprogramma's zijn alleen op een comfortabele manier bruikbaar als er een digitale vorm van het lesboek is, wat meestal niet het geval is. Vandaar dat Toms vader zijn vrije tijd aan de scanner doorbrengt. «Soms mist Tom iets omdat ik nog niet ver genoeg gevorderd ben in de leerstof, of omdat de leerkracht een zijsprong maakt naar leerstof die later in het jaar nog moet komen. Mochten er van alle schoolboeken digitale bestanden worden vrijgegeven, dan zou die intensieve taak niet meer nodig zijn.»
De overheid kan helpen
Geen wonder dat ouders en leerkrachten al jaren bij educatieve uitgeverijen aankloppen om hun schoolboeken digitaal ter beschikking te stellen. Met goed gevolg, want nu werken deze uitgeverijen voor het eerst samen aan een proefproject dat vandaag werd voorgesteld. Leer- en werkboeken voor de derde graad basisonderwijs werden bewerkt tot leesklare, digitale bestanden. «De uitgeverijen doen een beroep op de overheid om een structurele oplossing uit te werken, zodat àlle kinderen met een leeshandicap kunnen worden geholpen», verduidelijkt Erik Tamboryn van Wolters Plantyn, zelf vader van een kind met dyslexie. «Niet alleen is teksten aanpassen een arbeidsintensief proces, bovendien beschikken scholen vaak niet over de knowhow om leerlingen te leren werken met deze hulpmiddelen. Of ze hebben de technische middelen en expertise niet om schoolmateriaal 'leesklaar' te maken voor voorleesprogramma's. Lang niet alle leerlingen die daar behoefte aan hebben, krijgen al een geschikte begeleiding. Hier kan de overheid helpen.»
«Ik wil geen raar kind met een computer in mijn klas»
Tom heeft gemotiveerde ouders, en in het Sint-Leonardusinstituut in Zoutleeuw waar hij naar school gaat, vinden leraren en leerlingen het niet meer dan normaal dat Tom elke dag met zijn laptop in de klas zit. Geen inspanning is hen te veel om ervoor te zorgen dat hij de leerstof kan verwerken. Maar niet alle leerlingen met dyslexie hebben zoveel geluk. «Sorry, maar ik wil geen raar kind met zijn computer in mijn klas. Heeft hij die trouwens wel nodig? Er is aan hem niet te zien dat hij iets mankeert en bovendien zit hij maar net onder het klasgemiddelde», zo liet een leraar uit een technische school in Halle zich ontvallen tegen de ouders van een jongen met dyslexie. Ouders moeten soms nog zwaar argumenteren om hun kind met zijn computer op school te krijgen. Deze onzichtbare handicap zorgt voor veel frustratie, slechte schoolresultaten, schoolmoe zijn en depressie. «Ik moet veel beter mijn best doen om hetzelfde te kunnen als mijn klasgenoten en toch ben ik niet dommer. Heel de tijd met die laptop sleuren met daarop de softwareprogramma's, dat is vaak ook niet plezant. Maar die computer zorgt er tenminste voor dat ik niet meer afhankelijk ben van de leraar of van andere leerlingen», vertelt Tom.
Ook nuttig voor anderstaligen en slechtzienden
«Ik wil niet dat de vader van Tom al zijn vrije tijd moet steken in teksten scannen», antwoordt Frank Vandenbroucke op de vraag of hij zich als onderwijsminister aangesproken voelt om leerlingen met een leeshandicap structureel te ondersteunen. «In vergelijking met de rest van Europa geven we in Vlaanderen relatief weinig werkingsmiddelen aan onze scholen. Dat budget hebben ze nochtans nodig om leermiddelen aan te schaffen op maat van hun leerlingen.» De minister maakt daarom 100 miljoen extra vrij, alsook een extra zorgbudget. Volgend schooljaar wordt bovendien 35 miljoen euro voorzien om computerapparatuur te verbeteren. «Compenserende software is niet alleen voor kinderen met dyslexie nuttig, maar kan ook voor leerlingen met taalachterstand of slechtzienden», besluit de minister die van 'gelijke kansen' een speerpunt in zijn beleid maakte.
- Lees de toespraak over leerboeken dyslexie van onderwijsminister Vandenbroucke.
- Download de
Persmap Project Dyslexie
-Lees ook de reportage «Wie niet kan schrijven is afgeschreven» Klasse december 2004.