Groei Nederlandstalig onderwijs in Brussel stagneert
Er komt een einde aan de jaarlijkse groei van het Nederlandstalig Onderwijs in Brussel. Dat blijkt uit de eerste tellingen van 2007, die Brussels minister Guy Vanhengel, bevoegd voor onderwijs in de VGC, meedeelt. In vergelijking met vorig jaar beperkt de toename zich tot 1,4 procent of 515 extra leerlingen. Het leeuwendeel van die extra leerlingen, 360, komt uit het lager onderwijs. In de kleuterklas schreven zich amper 5 kleutertjes meer in.
Opvallend is dat het vrij secundair onderwijs voor het eerst klappen krijgt. Het vrije net verliest 128 scholieren, terwijl het Gemeenschapsonderwijs er 215 wint. "Wij vermoeden dat deze daling het gevolg is van de sluiting van het Heilig Hart college in Ganshoren", legt Vanhengel uit. "Daar liepen vorig jaar ongeveer 238 leerlingen school, waarvan er nog 41 overblijven."
PlaatsgebrekVanhengel zegt dat de tellingen hem "geenszins verrassen, want heel wat kleuterklassen zitten gewoon barstensvol. De scholen kampen met plaatsgebrek. In de meest bevraagde scholen draaien we op maximum capaciteit." Uit de cijfers blijkt ook dat slechts 4,3 procent van de kleuters in het Franstalig onderwijs terechtkomt. Dat geldt ook voor de overgang van lager naar secundair, waar eveneens 4 procent voor het Franstalig onderwijs kiest. "Dit bewijst dat de ouders hun vertrouwen blijven stellen in onze scholen", aldus nog Vanhengel.
De Vlaamse gemeenschapscommissie (VGC) vraagt tweemaal per schooljaar leerlinggegevens op van het Brussels Nederlandstalig kleuter-, lager en secundair onderwijs. Doel van deze tellingen is een beter zicht te krijgen op kwantitatieve en kwalitatieve verschuivingen in het leerlingenbestand. (belga/dm)