|
STADSLEVEN
woensdag 26 maart 2008
‘Perceptie van kwaliteit belangrijker dan taal’
Brussel - Anderstalige ouders in Brussel kiezen voor het Nederlandstalig onderwijs voor de gepercipieerde kwaliteit, eerder dan vanwege het Nederlands. Ze zijn doorgaans heel tevreden over het geboden onderwijs en bijna 95 procent vindt dat het contact met de school uitstekend verloopt. Dat zijn enkele conclusies uit de studie die de onderzoeker Luk Van Mensel in opdracht van Brio, het Brussels Informatie- en Onderzoekscentrum, uitvoerde naar de motieven van anderstalige ouders bij hun keuze voor het Nederlandstalig onderwijs in Brussel. Hij sprak hiervoor met vierhonderd ouders, van Belgische en buitenlandse origine, van dertien basis- en secundaire scholen. Bij de redenen waarom anderstaligen voor het Nederlandstalig onderwijs kiezen, is de perceptie van de kwaliteit doorslaggevend. Van Mensel: “Men is ervan overtuigd dat het Nederlandstalig onderwijs met kleinere klassen en meer middelen werkt en daardoor beter is. De overtuiging dat het Franstalig onderwijs een slechte reputatie heeft, zit er bovendien diep ingebakken.” Ook blijkt uit het onderzoek dat de ouders het idee dat hun kind tweetalig wordt, belangrijker vinden dan dat het Nederlands nodig heeft voor zijn latere loopbaan. Wat voor ouders minder doorslaggevend is, zijn de nabijheid van de school en de filosofische of religieuze strekking. Van Mensel keek ook naar de verschillen tussen allochtonen en autochtone anderstaligen, zeg maar Franstalige Brusselaars. Daarbij viel het hem op dat allochtonen uit de hogere sociale klasse op dezelfde manier over zaken als communicatie en toekomstmogelijkheden voor hun kind denken als autochtonen uit diezelfde klasse. “Ik zeg niet dat er geen culturele kloof is, maar die wordt zeker doorkruist door de sociaal-economische kloof. Overigens, hoe hoger de anderstaligen zijn opgeleid, hoe bewuster ze omgaan met hun keuze voor Nederlandstalig onderwijs. Dat brengt met zich mee dat ze ook meer twijfels hebben over die keuze.” Status De onderzoeker vroeg zich voorts af wat de invloed zal zijn van de duizenden Frans- en anderstalige kinderen en jongeren in het Nederlandstalige onderwijs op het gebruik en de status van het Nederlands in Brussel in de nabije toekomst. Niet zo groot, zo blijkt. Hij stelde vast dat de meeste kinderen buiten de school ook nog wel in contact komen met het Nederlands, zij het meestal op een passieve manier, via televisie bijvoorbeeld, of via vriendjes en andere netwerken. Volgens Van Mensel kunnen die netwerken nog uitgebreid worden. Slechts een kwart tot een derde van de anderstalige ouders spreekt weleens Nederlands met zijn kind, maar alleen in de contacten met de school. “Het Nederlands is voor anderstaligen dus vooral een schooltaal,” aldus Van Mensel. Een taalverschuiving ten voordele van het Nederlands in Brussel lijkt hem dan ook onwaarschijnlijk. “Het Frans is in korte tijd voor heel wat anderstaligen de thuistaal geworden. Dat zie ik met het Nederlands nog niet zo snel gebeuren.”
Bettina Hubo © Brussel Deze Week
MEER STADSLEVEN
|
|
met steun van de Vlaamse overheid