In het Nederlands gebruiken we heel veel de voltooide tijd als we praten over gebeurtenissen die al achter ons liggen.
Een paar voorbeelden:
* We hebben een gezellig weekend gehad.
* Ze zijn voor het examen geslaagd.
Er is echter een aantal werkwoorden dat we meestal in de verleden tijd gebruiken:
* Ik moest je bellen maar ik ben het vergeten.
* Hij wou niet zeggen wat hij als cadeau gaf.
* Ik vond het niet zo’n goed idee om thuis te blijven.
* De kinderen mochten tot elf uur opblijven.
* Ik kon vroeger nog niet zo goed Nederlands begrijpen.
* Ze hoefde gisteren niet naar school.
Het gaat dus om: vinden, moeten, kunnen, willen, hoeven en mogen.
Opdracht
Kijk terug op het afgelopen jaar en bedenk wat je zelf niet of wel mocht, kon, wou/wilde, hoefde, moest of vond.
In de rechterkolom vindt u een overzicht van alle oefeningen uit de rubriek Nederlands in gebruik.
Over ons
- Lest Best
- is een taleninstituut in Utrecht met één specialisme: Nederlands. Wij geven taalonderwijs, taaladvies en taalcorrectie aan iedereen voor wie het Nederlands niet de moedertaal is. Door onze professionaliteit en jarenlange ervaring bent u verzekerd van een goede cursus, een adequaat advies of zorgvuldige correcties. Kijk voor meer informatie op LestBest.nl of bel 030-2819860.
In de rubriek 'Nederlands in gebruik' bieden wij praktische tips om elke dag uw Nederlands te oefenen.
Lest Best gaat met kerstvakantie. Vandaag is de weblog voor het laatst dit jaar geactualiseerd; maandag 12 januari zijn we er weer met een nieuwe editie. Fijne dagen!
maandag 15 december 2008
In het nieuws: Groot Dictee 2008
Woensdag 17 december is weer de avond van het Groot Dictee der Nederlandse Taal. Als je wilt weten hoe goed bekende en minder bekende Nederlanders kunnen spellen dan moet je kijken vanaf 20.30 op Nederland 1.
maandag 8 december 2008
Nederlands in gebruik: Scheidbare werkwoorden
Cadeautjes inpakken / uitpakken / aanpakken/ vastpakken / afpakken / oppakken
Al deze handelingen kun je met cadeautjes doen, maar weet je ook wat al deze verschillende werkwoordsvormen betekenen?
Op dezelfde manier als met pakken kun je met veel werkwoorden combinaties maken.
Opdracht 1
Probeer het zelf maar eens met de volgende werkwoorden:
* Nemen
* Doen
* Zien
Opdracht 2
Nog leuker is het om deze oefening samen met anderen te doen en te kijken wie de meeste werkwoorden kan vinden en ook de betekenis met een voorbeeldzin goed duidelijk kan maken.
Opdracht 3
Doe hetzelfde voor werkwoorden die jezelf kiest.
Om jezelf te controleren kun je een online woordenboek gebruiken.
In de rechterkolom vindt u een overzicht van alle oefeningen uit de rubriek Nederlands in gebruik.
Al deze handelingen kun je met cadeautjes doen, maar weet je ook wat al deze verschillende werkwoordsvormen betekenen?
Op dezelfde manier als met pakken kun je met veel werkwoorden combinaties maken.
Opdracht 1
Probeer het zelf maar eens met de volgende werkwoorden:
* Nemen
* Doen
* Zien
Opdracht 2
Nog leuker is het om deze oefening samen met anderen te doen en te kijken wie de meeste werkwoorden kan vinden en ook de betekenis met een voorbeeldzin goed duidelijk kan maken.
Opdracht 3
Doe hetzelfde voor werkwoorden die jezelf kiest.
Om jezelf te controleren kun je een online woordenboek gebruiken.
In de rechterkolom vindt u een overzicht van alle oefeningen uit de rubriek Nederlands in gebruik.
In het nieuws: Inburgering loopt achter
maandag 24 november 2008
Nederlands in gebruik: Verkleinwoorden
Buitenlanders zijn dol op verkleinwoorden. Ze vinden het schattige woordjes en ze weten dat alle verkleinwoorden ‘het’ woorden zijn dus dat is ook makkelijk. Toch moet je uitkijken met deze woorden. Je gebruikt ze snel te veel en soms heeft een verkleinwoord een heel andere betekenis dan het gewone woord. Denk maar aan:
* Een geurtje. Dat is een lekker luchtje, een parfum dus.
* Een baantje. Dat is een baan erbij of alleen voor het geld.
* Een broodje, een koekje.
Er zijn ook woorden die we alleen als verkleinwoord gebruiken zoals een praatje, een meisje en verkleinwoorden die bedoeld zijn om iets vriendelijker te maken. Denk maar aan lekker weertje, een gezellig etentje, een filmpje pakken, een mobieltje. Ook kan je een verkleinwoord gebruiken om juist iets als negatief te typeren. Voorbeelden daarvan is: mannetje voor iemand die klussen voor je doet.
Opdracht
Ga goed voor jezelf na welke verkleinwoorden je gebruikt en of het wel gebruikelijk is om deze te gebruiken.
In de rechterkolom vindt u een overzicht van alle oefeningen uit de rubriek Nederlands in gebruik.
* Een geurtje. Dat is een lekker luchtje, een parfum dus. * Een baantje. Dat is een baan erbij of alleen voor het geld.
* Een broodje, een koekje.
Er zijn ook woorden die we alleen als verkleinwoord gebruiken zoals een praatje, een meisje en verkleinwoorden die bedoeld zijn om iets vriendelijker te maken. Denk maar aan lekker weertje, een gezellig etentje, een filmpje pakken, een mobieltje. Ook kan je een verkleinwoord gebruiken om juist iets als negatief te typeren. Voorbeelden daarvan is: mannetje voor iemand die klussen voor je doet.
Opdracht
Ga goed voor jezelf na welke verkleinwoorden je gebruikt en of het wel gebruikelijk is om deze te gebruiken.
In de rechterkolom vindt u een overzicht van alle oefeningen uit de rubriek Nederlands in gebruik.
In het nieuws: 25 jaar Loesje
Deze week bestaat Loesje 25 jaar. Loesje begon 25 jaar geleden in Arnhem, maar is uitgegroeid tot een begrip in Nederland en zelfs buiten Nederland worden teksten gemaakt en verspreid. De dagelijkse korte teksten van Loesje zijn bedoeld om je op een leuke manier aan het denken te zetten over het leven. Vaak ook hebben ze een dubbele betekenis, dus voor buitenlanders zijn ze een extra uitdaging. Je kunt zeggen dat als je Loesje begrijpt, dat je dan wel ingeburgerd bent. Een paar voorbeelden:


maandag 17 november 2008
Nederlands in gebruik: Dan en toen
Zodra je gaat vertellen over iets wat al gebeurd is, moet je ‘toen’ gebruiken. Als je vertelt over iets wat nog moet gebeuren gebruik je ‘dan’.
Opdracht 1
Vertel heel precies in chronologische volgorde een bepaalde bijzondere gebeurtenis na die gebeurd is. Denk er goed aan ‘toen’ te gebruiken.
Opdracht 2
Vertel op dezelfde manier heel precies iets wat je nog gaat doen.
Herhaal deze oefeningen net zo lang totdat je geen fouten meer maakt met dan en toen.
In de rechterkolom vindt u een overzicht van alle oefeningen uit de rubriek Nederlands in gebruik.
Opdracht 1
Vertel heel precies in chronologische volgorde een bepaalde bijzondere gebeurtenis na die gebeurd is. Denk er goed aan ‘toen’ te gebruiken.
Opdracht 2
Vertel op dezelfde manier heel precies iets wat je nog gaat doen.
Herhaal deze oefeningen net zo lang totdat je geen fouten meer maakt met dan en toen.
In de rechterkolom vindt u een overzicht van alle oefeningen uit de rubriek Nederlands in gebruik.
Abonneren op:
Berichten (Atom)
Blogarchief
-
▼
2008
(81)
-
►
november
(8)
- Nederlands in gebruik: Verkleinwoorden
- In het nieuws: 25 jaar Loesje
- Nederlands in gebruik: Dan en toen
- In het nieuws: Sinterklaas
- Nederlands in gebruik: Voltooid verleden tijd / pl...
- In het nieuws: Muziektheater over vluchtelingen
- Nederlands in gebruik: Kennen en weten
- In het nieuws: Nederlanders zelf ook niet altijd t...
-
►
oktober
(8)
- Nederlands in gebruik: Lidwoorden (4)
- In het nieuws: Nederland Leest
- Nederlands in gebruik: Werkwoorden met preposities...
- In het nieuws: 'Inburgeren in Nederland heel moeil...
- Nederlands in gebruik: Voltooide tijd met een infi...
- In het nieuws: NL Test
- Nederlands in gebruik: Werkwoorden met ‘het’
- In het nieuws: 50 jaar Nederpop
-
►
september
(7)
- Nederlands in gebruik: Zou
- In het nieuws: Kinderboekenweek
- Nederlands in gebruik: Tegenwoordige tijd voor het...
- Nederlands in gebruik: Voorzetsels bij tijdsaandui...
- In het nieuws: Wereldalfabetiseringsdag
- Nederlands in gebruik: Voorzetsels / preposities
- In het nieuws: Verplichte inburgering uitgesteld
-
►
juni
(7)
- Nederlands in gebruik: Spreken over de toekomst
- In het nieuws: Week van het luisterboek
- Nederlands in gebruik: Ontkennende vragen
- In het nieuws: Het begint met taal
- Nederlands in gebruik: 'Er' als plaatsbepaling
- Nederlands in gebruik: Scheidbare werkwoorden
- In het nieuws: Cursus Nederlands voor Zwitsers
-
►
november
(8)
