Gepubliceerd: maandag 28 april 2008 23:29
Update: maandag 28 april 2008 23:33
Kader Abdolah (53), schrijver van Het huis van de moskee, brengt met zijn nieuwe boeken De Koran en De Boodschapper, het Heilige Boek in een leesbaar poldermodel-jasje en Mohammed als mens. ‘Ik heb het geheim verklapt.’
‘Ik hou niet zo van versleten boeken. Met de Koran had ik al helemaal niks.’ Kader Abdolah (53) wrijft over het Heilige Boek dat zijn oom, die hij als een vader beschouwt, hem vanuit Iran toezond toen deze van Abdolah’s vertalingsvoornemen hoorde. ‘Dat ik dat wilde, kwam door Nederland, waar iedereen nu met de Koran bezig is. Nederland heeft me gedwongen de Koran te lezen.’
Abdolah, eigenlijk Hossein Sadjadi Ghaemmaghami Farahani, een linkse natuurkundige, ontvluchtte Iran en kwam in 1988 als politiek vluchteling aan in Nederland. Gelovig is hij nooit geweest. ‘Mijn geloof in de mens is dieper dan ooit, omdat ik door de Koran de mens Mohammed heb ontdekt. De Koran is zijn vertelling. Als je de Koran goed gelezen hebt, begrijp je de mens op zich beter. Wie mijn vertaling leest denkt: gaat hier nou al die ophef over?’
Door de Nederlandse vertalingen die er waren, kwam hij niet heen. ‘Ik dacht: als ik het niet begrijp, hoe kunnen die arme Nederlanders het dan begrijpen? Ik moest het toegankelijk maken. Vier jaar lang heb ik er minstens tien uur per dag ingestopt. Het is een zwaar boek. Iemand die het haastig leest, godvrezend, met vooroordelen, of met haat, zal nooit begrijpen waar het over gaat. Maar vanuit een pure nieuwsgierigheid bezien wordt de Koran een van de mooiste boeken ooit geschreven.’
Abdolah vertaalde vanuit het Arabisch en controleerde zijn uitkomst met vier Perzische en vijf Nederlandse vertalingen. Hij zag in de Koran niet Mohammed de Profeet, maar een man met fouten en dromen. ‘Dat mag niet als vertaler. Dus ik begon een apart boek, over de mens Mohammed. Ik heb het touwtje tussen hem en Allah doorgeknipt.’
De Mohammed van Abdolah is een man met zwakke en sterke kanten, en doorzettingsvermogen. Een man die van vrouwen en het leven hield. Die zich afvroeg waarom de zon beweegt, waarom de maan in de nacht hangt als een lantaarn. Hoe het komt dat vrouwen zwanger worden. Die vermenselijking is verboden, net zoals het geven van een eigen draai aan de Koran. ‘Ik kon niet anders. Ik heb de vele herhalingen weggelaten, en heb de geest van dit land laten gelden. Nederland heeft de Koran en Mohammed van Saoedi-Arabië, of de interpretaties van de Mullahs van Afghanistan niet nodig. We hadden hier een poldermodel Koran nodig.’
Abdolah hamert op de historische context. ‘Lees de Koran als een geschiedenisboek. Dan is het een parel. Als je volgens de Koran gaat regeren, gooi het dan meteen in de prullenbak. Mohammed woonde in wat nu Saoedi-Arabië is, en dat lag tussen het Perzische rijk waar men Zarathustra als profeet had en het Byzantijnse rijk, waar men Jezus had. Het was een soort achterstandswijk, met ontelbare afgoden, zonder wetgeving en vrouwen werden als beesten behandeld. Mohammed kwam met regels, en monotheïsme. Zijn Koran was zo nieuw als het internet van nu. Hij bedacht ‘Salaam’. Hij verbood het slaan van vrouwen, je te schamen voor je dochters; hij had er zelf vier. Hij stelde dat een vrouw de helft moest erven van de bezittingen van de man. Dat is nu achterhaald, maar in die tijd was het revolutionair. Net als dat hij stelde dat je maximaal maar vier vrouwen mocht hebben, geen tien.’
Vaak wordt Maria genoemd, en vertelt Mohammed over Mozes, Jezus en Ibrahim, over wie hij had gehoord op zijn handelsreizen. ‘Om zichzelf geloofwaardig te maken. Van: ‘ik ben ook een boodschapper’. De mensen vroegen wat zíjn wonder dan was. En hij maakte dat de Koran. Hij is zeker beïnvloed door andere heilige geschriften. Soms denk je: hé, dit is de Bijbel, of de Thora. Hij heeft daar heel veel uitgehaald en er zijn eigen draai aan gegeven. Wie het leest zal het zien: de Bijbel en de Koran zijn eigenlijk hetzelfde.’
Heeft hij de Koran willen romantiseren? ‘Ik heb niks weggelaten. Leuker kun je het niet maken, wel gemakkelijker. Als de belastingdienst. Vind het een rotboek; goed. Of een mooi boek. Ook goed. Maar lees het.’
Abdolah vindt Wilders ‘goed voor de Koran’. ‘Hij maakt mensen nieuwsgierig. Maar hij haalt de teksten uit de historische context. Wilders is een product van de tijd, maar met beperkte houdbaarheid.’
Veel en zware kritiek, dat verwacht hij. Daarom hamert hij erop dat zijn vertaling voortkomt uit liefde. ‘Voor Mohammed en zijn boek. Ik heb het geheim verklapt en van Mohammed een mens gemaakt, dat mocht niet. Maar in de islamitische landen zal over tweehonderd jaar iemand hetzelfde doen. Dat is met Jezus ook gebeurd. Mohammed verdient hetzelfde. Degenen die zich beledigd voelen, moeten maar denken dat deze boeken goed zijn voor Nederland.’
Hij hoopt dat Nederlandse moslimjongeren trots zullen zijn. ‘Dat ze het boek laten zien en zeggen: ‘Dit is ons boek. Dit is goed, het is een Nederlands boek’.’