taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » termen »

Inhoud van het secundair onderwijs

Onderwijs in Suriname

Inhoud van het secundair onderwijs in Suriname

Het Voortgezet Onderwijs voor Junioren (voj) duurt van achttien maanden tot vier jaar.

Het Meer Uitgebreid Lager Onderwijs (mulo) is een vierjarige opleiding, die als onderbouw dient voor het Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs (vwo) en het Hoger Algemeen Vormend Onderwijs (HAVO) en het Natuurtechnisch Instituut (Natin).

Het Lager Beroepsgericht Onderwijs (lbgo) heeft net als het Lager Technisch Onderwijs (lto) een duur van vier jaar.

Het lbgo bestaat uit twee brugjaren, daarna kunnen leerlingen op grond van hun eindresultaten toegelaten worden tot de volgende richtingen of streams, zoals ze genoemd worden: Voor de twee laatste richtingen zijn er na afronding geen verdere studiemogelijkheden. Met het diploma van de administratief- economische stream kunnen leerlingen op grond van bepaalde (cijfer)combinaties (voor Engels, Nederlands, wiskunde en handelsvakken) toegelaten worden tot de schakelklas van het IMEAO.

Bij het Lager Technisch Onderwijs (lto) worden naast algemeen vormende vakken en theoretische vakken ook praktijkvakken verzorgd. Aan het eind van het eerste studiejaar kunnen de leerlingen kiezen voor de studierichtingen: Het Lager Nijverheidsonderwijs (lno) heeft zowel een drie- als een vierjarige richting. Het theoretisch en het algemeen vormende deel van de vierjarige richting komt overeen met dat van het lto, waar een nauwe samenwerking mee bestaat. Bij het lno is er sprake van drie niveaus: A, B en C.

A en B leiden op voor de arbeidsmarkt en leerlingen van het C-niveau kunnen in aanmerking kunnen komen voor vervolgonderwijs. Studenten kiezen uit vijf vakrichtingen: De driejarige richting leidt ook op voor de arbeidsmarkt.

Elementair technisch onderwijs wordt verzorgd op een school voor elementair technisch onderwijs, Eenvoudige Technische School (ets) genoemd. Het betreft een driejarige opleiding die aan jongeren eenvoudige technische vakopleidingen biedt.

Eenvoudig Beroeps Onderwijs (ebo) omvat het Eenvoudig Technisch Onderwijs (eto) en het Eenvoudig Nijverheidsonderwijs (eno). De ebo-opleidingen duren elk in totaal achttien maanden, waarin drie blokcursussen van zes maanden worden gegeven.

Mulo-scholen doen dienst als onderbouw voor het vos-niveau. Mulo-leerlingen doen aan het einde van het derde of vierde leerjaar een toelatingsexamen voor vwo/havo. De score die ze behalen, bepaalt de richting voor verder onderwijs. Leerlingen met de hoogste scores kunnen naar het vwo (drie jaar). Wie een lagere score heeft, kan naar het havo (twee jaar), dat een voorbereiding is op het Hoger Beroepsonderwijs. Vwo en havo hebben dezelfde structuur als dat type scholen in Nederland.

Een andere keuzemogelijkheid is het Natuurtechnisch Instituut (Natin). Het Natin is een vierjarig middelbare beroepsopleiding op het gebied van Natuur en Techniek en een Analistenopleiding (Vanaf het tweede jaar kan gekozen worden tussen medisch of chemisch analist).

De toelatingseis voor het Natin is geslaagd zijn voor de toets havo/Natin of lts- C. Studenten met een mulo-diploma die in eerste instantie niet geslaagd waren voor het toelatingsexamen Natin, kunnen via het diploma lts- C toch worden toegelaten tot het Natin.

Zonder toelatingsexamen, maar met het diploma van de mulo, kunnen leerlingen toegelaten worden tot het Instituut voor Middelbaar Economisch en Administratief Onderwijs en de Middelbare Handelsavondschool (mhas), een avondopleiding. Beide instituten hebben een driejarige bedrijfseconomische opleiding. Daarnaast bestaat er een tweejarige secretariële opleiding.

Hoe zit dat in Nederland?
Hoe zit dat in Vlaanderen?


« Secundair onderwijs
Voortgezet speciaal onderwijs »
© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties