Hoe is de selectie van Surinaams-Nederlandse woorden voor de Woordenlijst tot stand gekomen?
In de Woordenlijst zijn ruim 500 Surinaams-Nederlandse woorden opgenomen. Voor deze selectie is gebruik gemaakt van de volgende bronnen: drie recente jaargangen van de Ware Tijd, het bronnenmateriaal van Renata de Bies, bestaande woordenboeken zoals dat van Van Donselaar en de Van Dalewoordenboeken, en een woordenlijst van ir. Derk HilleRisLambers als controlemateriaal.
Bij de selectie van de woorden zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:
- De woorden moesten tot uiteenlopende domeinen behoren.
- Er moesten verschillende typen woorden op voorkomen, dus ook werkwoorden (o.a. hosselen, pinaren, tjappen), bijvoeglijke naamwoorden (o.a. uitlandig), afkortingen (o.a. dc 'districtscommissaris', vp 'vicepresident'), leenwoorden (o.a. garimpeiro, contest, microwave, mofokoranti), instellingsnamen, initiaalwoorden (o.a. lbgo, lno), letterwoorden en afleidingen daarvan (o.a. Caricom-land).
- Woorden die een bepaald spellingsprobleem konden illustreren. Voorbeelden zijn bacovenwinkel, krabbenmentaliteit (tussen-n), kwikwi, monkimonki, twatwa (reduplicatie), vosschool en vos-school (aaneenschrijven of koppelteken bij letterwoord resp. initiaalwoord), kwatta-aap (klinkerbotsing), ATM-kaart, Binnenlandse Oorlog, Decembermoorden, fransmanbirambi, Junglecommando, Onafhankelijkheidsdag (hoofdlettergebruik), AOV'er (hoofdlettergebruik, apostrof bij afleiding).
- De woorden moesten een zekere frequentie hebben. Veel woorden zijn gegoogeld.
Na overleg met Surinaamse deskundigen is besloten om enige tientallen woorden van de lijst te halen. Het ging om woorden waarbij niet duidelijk was of de klanken /u/ en /j/ met -oe- of -u- respectievelijk met -j- of -y- moeten worden weergegeven. Voorbeelden zijn antroewa/antruwa, baboen/babun, boeroe/buru, kokolampoe/kokolampu, paloeloe/palulu en basja/basya, batjaw/batyaw, fajalobi/fayalobi.
Wegwijzer – Colofon – Contact – Vrijwaring – Opmerkingen en reacties
